Brief minister Hilde Crevits

Voor een toegankelijk, modern en kwaliteitsvol DKO

 

Beste directeurs, beste leerkrachten en medewerkers van het Deeltijds Kunstonderwijs,

Aan de start van dit nieuwe ‘academiejaar’ sta ik er op u mijn beste wensen over te brengen en een aantal goede voornemens uit te spreken voor het komende werkjaar. Op de laatste ministerraad voor het zomerreces werd de conceptnota ‘Niveaudecreet deeltijds kunstonderwijs’ goedgekeurd. Deze conceptnota is het resultaat van een lang proces. Werkgroepen, adviesraden, rapporten, voorstellen, nota’s, discussieteksten en proefprojecten hebben de afgelopen jaren elk op hun manier een waardevolle bijdrage geleverd aan wat een breed gedragen niveaudecreet moet worden. Dit langverwachte niveaudecreet, dat in werking zal treden op 1 september 2018, wil dan ook tegemoet komen aan zo veel mogelijk terechte verzuchtingen van de sector zonder daarbij de budgettaire realiteit uit het oog te verliezen.

Uit recente studies van de OESO blijkt nog maar eens het intrinsieke belang van kunstonderwijs niet alleen voor het verwerven van artistieke vaardigheden zelf maar ook voor het ontwikkelen van een habit of mind, een manier van denken en in het leven staan. Daarnaast wordt ook de rol van kunstonderwijs voor het behoud en de overdracht van cultureel kapitaal naar volgende generaties in de verf gezet. Ook de expliciete link tussen kunstopleidingen en het opstarten van innovatieve processen en zelfs de correlatie met succes in het hoger onderwijs worden de laatste jaren steeds vaker belicht.

Vlaanderen heeft een lange traditie van kunstonderwijs en het dko heeft een solide reputatie in het organiseren van hoogkwalitatieve opleidingen. De leerlingenaantallen zitten dan ook al jaren in de lift, intussen volgen jaarlijks meer dan 175.000 leerlingen een opleiding in het dko. 1 op 6 jongeren tussen 6 en 18 combineert het leerplichtonderwijs met het dko. Het internationale succes van onze Vlaamse acteurs, beeldende kunstenaars, dansers en muzikanten is daar zeker niet vreemd aan. De gedrevenheid en artistieke expertise van leerkrachten en directeurs liggen mee aan de basis van dit succes.

Leerkrachten en directeurs mogen vandaag terecht trots zijn op wat hun academies bieden. Het zijn centra van artistieke bedrijvigheid, niet alleen voor de leerlingen die er in hun vrije tijd les volgen, maar ook voor het lokale culturele leven. Een sterk en zichtbaar dko is het vlaggenschip van een dynamische gemeente en regio die op cultureel en gemeenschapsvormend vlak floreert.

Leerlingen en ouders willen een kunstonderwijs dat garant staat voor kwaliteit en tegelijk rekening houdt met de eigenheid van elke leerling, met zijn wisselende levensloop, met zijn interesses. Ze vragen een onderwijs dat vertrekt vanuit de talenten van de leerling om die ten volle tot ontplooiing laat komen. Een onderwijs dat zich op aanvaardbare afstand bevindt, dat toegankelijk, kwaliteitsvol en flexibel is.

Een Vlaanderen waarin ‘Verbeelding werkt’ wil dit motto dan ook voor het deeltijds kunstonderwijs in krachtdadig beleid omzetten. Zo is het de uitdrukkelijke ambitie de participatiegraad van jongeren in de kunstacademies nog te verhogen. Daarom is dit jaar, ondanks de budgettaire beperkingen, het verlaagde inschrijvingsgeld voor jongeren veilig gesteld en zelfs uitgebreid naar alle jongeren tot 24 jaar.

De ministerraad heeft nu de krijtlijnen goedgekeurd van een nieuw decreet voor het deeltijds kunstonderwijs waarmee ik een driedubbele ambitie wil waarmaken: een vereenvoudiging van de regelgeving, een stevige verankering binnen Onderwijs en een verrijkende wisselwerking met de kunstensector en het kleuter- en leerplichtonderwijs.

Vereenvoudiging van de regelgeving

De dynamiek van ons dko staat in schril contrast met de verouderde juridische kaders waarbinnen het moet werken. De regelgeving schrijft gelijkvormige leertrajecten voor die te weinig inspelen op de wensen en verwachtingen van leerlingen van de 21ste eeuw. Leerlingen vragen zich af waarom ze niet vanaf zes jaar met woord of muziek kunnen starten, of waarom ze niet meteen met een instrument aan de slag kunnen. Voor het einde van deze legislatuur wil ik daarom een coherente, transparante juridische basis leggen die de pedagogische en artistieke vrijheid van de lokale schoolbesturen vergroot. We bieden academies de mogelijkheid om binnen de grenzen van de eigen budgetten zelf opleidingen inhoudelijk en organisatorisch vorm te geven. Op die manier kunnen academies autonoom de instapleeftijd voor een bepaalde opleiding of de leeftijd waarop met een instrument begonnen wordt, bepalen en zo eigen accenten leggen of inspelen op lokale noden. De nieuwe regelgeving moet ook voldoende rechtszekerheid bieden aan personeel en leerlingen en tegelijkertijd de planlast van de academies verminderen. Zo moet onder meer de bewijslast voor verlaagde inschrijvingsgelden verminderd en de inning van de gelden zelf geautomatiseerd worden.

Stevige verankering binnen Onderwijs

Transparante einddoelen en een geactualiseerde opleidingsstructuur moeten het dko sterker verankeren binnen Onderwijs. De erkenning van het dko als volwaardige onderwijsvorm met dito niveaudecreet impliceert een duidelijk kader voor financiering en programmatie met ruimte voor vrij initiatief. De programmatiestop willen we daarom vervangen door een doelmatige regelgeving die academies weer ademruimte geeft. De erkenning van dko als volwaardig onderwijs betekent ook dat leerlingen na het succesvol doorlopen van een leertraject een erkende kwalificatie behalen. Zo krijgen de uitgereikte studiebewijzen een ‘civiel effect’ dat ook buiten de muren van het dko beter gevaloriseerd wordt.

Wisselwerking met de kunsten en het kleuter- en leerplichtonderwijs

Academies zijn geen ivoren torens. Voor het deeltijds kunstonderwijs zijn de evoluties in de kunsten, zowel de amateurkunsten als professionele kunsten, van groot belang. We willen bewust de synergie en dialoog met deze sectoren aanmoedigen om hun typische dynamiek en diversiteit nog meer in onze academies te brengen. Daarnaast willen we de onlosmakelijke band onderstrepen tussen kunstonderwijs, cultuureducatie en cultuurparticipatie. De emancipatorische kracht van cultuureducatie in het Onderwijs in het algemeen kan nauwelijks overschat worden. Heel wat kinderen en jongeren ontdekken theater, literatuur, musea of minder evidente muziekgenres enkel via de school. Naast leren over kunst moet onderwijs leerlingen vooral prikkelen en inspireren om zelf kunst te ontdekken. Leerkrachten in het kunstonderwijs zijn het best geplaatst om deze vonk te laten overspringen, niet alleen bij leerlingen maar ook bij leerkrachten uit het leerplichtonderwijs. Zij kunnen hun collega’s van het basis- of secundair onderwijs inspireren en ondersteunen op het vlak van muzische vorming en leerlingen op een laagdrempelige manier laten kennis maken met een kunstopleiding. Ook de multifunctionele schoolgebouwen van de toekomst kunnen de vruchtbare wisselwerking tussen leerplichtonderwijs en dko ten goede komen.

Deze conceptnota zal uiteraard geen eindstation zijn, het is wel een belangrijke stap in een niet aflatend proces om in nauwe samenspraak met de sector en binnen een aantal inhoudelijke contouren en budgettaire krijtlijnen een ambitieus niveaudecreet uit te rollen. Dit decreet moet het juiste kader scheppen om de creativiteit van academies volledig tot haar recht te laten komen en dit uniek en gewaardeerd onderwijsniveau te versterken en voor te bereiden op de uitdagingen van de toekomst.

Ik wens u allen dan ook een vruchtbaar werkjaar vol creativiteit en inspiratie en een geslaagde start!

Hilde Crevits, Vlaams minister van Onderwijs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vul a.u.b. de uitkomst in: * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.